Het project Leiding over Noord

  • Is er een folder van het project beschikbaar?

    Er is een folder in pdf-formaat beschikbaar om te bekijken, te downloaden en te printen. In deze folder vindt u onder andere uitleg over wat Leiding over Noord is, de aanleg, feiten en cijfers en de zorg voor flora en fauna. Bovendien staat er in de folder een gedetailleerde kaart van het tracé van Leiding over Noord. 

  • Wat houdt het project Leiding over Noord in?

    In het project Leiding over Noord legt Eneco een nieuw warmtetransportnet aan bestaande uit een ondergronds leidingentracé van 16,8 kilometer. 

    Het tracé begint in Rozenburg en eindigt in Rotterdam. Via deze leidingen transporteert Eneco restwarmte uit de industrie naar Vlaardingen, Schiedam en Rotterdam.

  • Wat is het doel van dit project?

    Eneco is een duurzaam energiebedrijf. Samen met onze klanten, partners en medewerkers werken wij aan onze ambitie: duurzame energie voor iedereen. 

    Eneco heeft diverse grote warmtenetten o.a. in Utrecht, Den Haag en Rotterdam. Wij werken aan het verduurzamen van die netten. Dit doen we door nieuwe warmtebronnen in te zetten zoals biomassa, aardwarmte of industriële restwarmte. Zo kunnen we steeds meer klanten ook op langere termijn van betaalbare duurzame warmte blijven voorzien.

  • Waar komt de warmte vandaan?

    In eerste instantie is de restwarmte afkomstig van AVR in Rozenburg. In de toekomst wil Eneco ook van andere industriële bedrijven in de Rotterdamse haven restwarmte gaan afnemen.

  • Waarom nu een nieuw warmtetransportnet aanleggen?

    Eneco neemt in Rotterdam warmte af van twee elektriciteitscentrales: de RoCa3-centrale en de EfG-centrale van E.ON. In 2014 sluit de EfG-centrale in de buurt van Marconiplein. 

    Door de sluiting van deze centrale zijn onze plannen om in Rotterdam de warmtevoorziening te gaan verduurzamen in een stroomversnelling gekomen. Het nuttig inzetten van restwarmte die beschikbaar is in de Rotterdamse haven, biedt ons de mogelijkheid om de energievoorziening in Rotterdam en omgeving te verduurzamen.

  • Waar wordt de restwarmte voor gebruikt?

    De restwarmte wordt ingevoed op het bestaande Rotterdamse net. Eneco warmteklanten maken gebruik van de restwarmte voor het verwarmen van ruimten en het verwarmen van tapwater.

    In Vlaardingen en Schiedam krijgen bedrijven, woningcorporaties en projectontwikkelaars ook de mogelijkheid om restwarmte te gaan gebruiken. In deze gemeenten liggen nog geen warmtedistributienetten. Eneco verwacht hier binnen 3 tot 5 jaar de eerste restwarmte te kunnen gaan leveren.

  • Hoeveel restwarmte is beschikbaar?

    Voor Vlaardingen en Schiedam is er restwarmte beschikbaar voor 20.000 woningen basislast
    Voor Rotterdam komt er door dit nieuwe transportnet restwarmte beschikbaar voor 75.000 woningen basislast

    De capaciteit van het leidingennet maakt het mogelijk om in de toekomst nog eens 30% meer restwarmte te gaan transporteren (24.000 woningen basislast) als er meer restwarmte uit de industrie beschikbaar komt.

  • Hoe duurzaam is deze warmte?

    De industriële restwarmte is een combinatie van pure restwarmte die vrijkomt bij verbranding van biomassa (afval) en aftapstoom die bij de productie van stoom vrijkomt.
     
    De te realiseren CO2-reductie komt overeen met 1.000 kg per woning per jaar. Dat is ongeveer 60% besparing ten opzichte van het gebruik van gas om woningen te verwarmen. Dit is te vergelijken met de inzet van twee zonneboilers.

  • Waar komt het warmtetransportnet precies te liggen?

    Het tracé loopt van AVR in Rozenburg onder de Nieuwe Waterweg door naar het noorden. Aan de noordoever van de Nieuwe Waterweg loopt het tracé langs de westrand van Vlaardingen naar de zuidzijde van de rijksweg A20. 

    Het tracé volgt de A20 richting Schiedam. In Schiedam volgt het tracé de A20 aan de noordzijde de richting Rotterdam. Ter hoogte van de Strickledeweg buigt het tracé af in de zuidelijke richting via de Hogebanweg richting de Merwehaven. 

    Via de Marconiweg wordt de leiding uiteindelijk geleid naar het terrein van de EfG-centrale aan de Galileïstraat waar de aansluiting op het bestaande Rotterdamse warmtenet wordt gemaakt.

  • Wie legt het warmtenet aan?

    Het warmtetransportnet wordt aangelegd door aannemersbedrijven in opdracht van Eneco.

  • Wat doet Eneco om de transportleidingen veilig te stellen?

    De transportleidingen (1 aanvoer- en 1 retourleiding) worden naast elkaar op een (dekking)diepte van 1 meter in de grond gelegd. De leidingen worden aangemeld bij het KLIC-systeem, zodat alle 'gravers' op de hoogte kunnen zijn van de ligging van de leiding. Buiten de bebouwde kom worden aanduidingspaaltjes geplaatst om te waarschuwen dat er leidingen liggen. Indien van toepassing worden zg. 'zinkerborden' geplaatst.

    De transportleidingen worden continu gemonitord. Dat betekent dat we 24 uur per dag, 7 dagen in de week de druk in het warmtenet bewaken; plotselinge verstoringen worden hierdoor direct opgemerkt in ons bedrijfsvoeringscentrum.

    Periodiek worden de leidingen visueel geïnspecteerd met behulp van een robotcamera, er worden lekdetectiemetingen gedaan en zettingsmetingen uitgevoerd om te controleren of de leiding niet te snel verzakt.

  • Welke overlast kan men verwachten bij de aanleg?

    Het tracé is zo ontworpen dat het zoveel mogelijk langs de randen van de steden loopt. Op sommige plaatsen zal het tracé wel dicht langs of in bebouwd gebied liggen. Daar is overlast te verwachten door tijdelijke gewijzigde verkeerssituaties. Alle tijdelijke verkeersmaatregelen vraagt Eneco aan bij de gemeenten, om de bereikbaarheid te allen tijde te garanderen. 

    Bij bepaalde werkzaamheden zal sprake zijn van hinder door geluid van boringen, kranen en vrachtwagens. Omwonenden, bedrijven en instellingen worden tijdig geïnformeerd over de werkzaamheden en de te verwachten overlast.

  • Hoe worden omwonenden, bedrijven en instellingen geïnformeerd?

    Eneco werkt nauw samen met gemeenten om omwonenden, bedrijven en instellingen tijdig te informeren over de werkzaamheden rond de aanleg van het transportnet. Dit gebeurt door middel van informatiebijeenkomsten, presentaties bij bewoners- en ondernemersorganisaties, nieuwsbrieven, de projectwebsite, informatie via huis-aan-huisbladen en de gemeentelijke websites.
     
    De bereikbaarheid van panden is een eis voor de hulpdiensten (politie, brandweer, ambulance) en wordt altijd gegarandeerd. Dit geldt ook voor toeleveranciers en klanten van bedrijven.