Milieumonitoring

Contact

Prinses Amaliawindpark
Vlissingenstraat  43
1976 EV  IJmuiden
info@prinsesamaliawindpark.com

Eneco afbeelding - Park in bedrijf

Het is van belang om te leren over de precieze effecten van het windpark op de omgeving.

  • Verandert het bodemleven in de buurt van de windturbines?
  • Komen er in het windpark minder of juist meer vissen voor dan buiten het windpark?
  • Hoeveel geluid produceren de windturbines onder water en hoe reageren bruinvissen daarop?
  • Onder welke weersomstandigheden kun je het windpark zien vanaf de kust?
  • Houden schepen zich aan de voorgeschreven uitsluitingszone rondom het windpark?

Deze en andere vragen zijn onderzocht in het monitoringsprogramma. Dit programma loopt tot 5 jaar na de bouw van het windpark. Ook gedurende het bouwproces is onderzoek gedaan.

Hier vindt u informatie over onderzoeken en rapporten met betrekking tot het Prinses Amaliawindpark.

Morfologie

Met de komst van het Prinses Amaliawindpark is lokaal een nieuwe omgeving ontstaan. Voorheen was er in het gebied alleen uit zand en slib, nu staan er stalen monopalen. Mogelijk beïnvloeden die palen plaatselijk de stroming en daarmee ook de zeebodem.

Om te onderzoeken wat het effect is van het windpark op de (lokale) stroming en bodem, zijn er voor de aanleg van het windpark (in 2003; de baseline) en na de bouw in 2013 metingen in het gebied verricht. De onderzoekers stelden vast dat er weliswaar veranderingen in de zeebodem zijn opgetreden, maar dat deze overeenkomen met de, natuurlijke, te verwachten zeebodemveranderingen in dit gebied. Er is geen sprake van (ongewenste) effecten op de zeebodem door het windpark.

Download het analyserapport, het surveyrapport en een review voor meer informatie. 

Eneco afbeelding - Morfologiemetingen

In 2013 werden in PAWP morfologiemetingen met het surveybootje Storm uitgevoerd

   

Eneco afbeelding - Gemeten hoogtes

In 2013 gemeten hoogtes van de zeebodem in Prinses Amaliawindpark.

Onderwatergeluid

Onderwatergeluid tijdens heien

De funderingen van de windturbines van het Prinses Amaliawindpark zijn monopalen, holle stalen buizen met een lengte van 50 meter en een diameter van 4 meter. Deze zijn met een grote heihamer ongeveer 25 meter de zeebodem in geheid. De heiklappen veroorzaken veel geluid, dat ver onder water te horen is. Er bestaat grote zorg over het effect van dat heigeluid op zeezoogdieren en vissen. Om geluidsniveaus te kunnen vaststellen heeft onderzoeksinstituut TNO in 2007 op verschillende afstanden van de heiactiviteit onderwatergeluidsmetingen gedaan, op verschillende waterdieptes. De gemeten onderwatergeluidsniveaus blijken ongeveer even hoog te zijn als die welke gemeten zijn in UK en Duitsland. Binnen een straal van 0.5 km rondom het heien zou er bij bruinvissen gehoorbeschadiging kunnen optreden. Om dergelijke schade te voorkomen, is voorafgaand aan het heien met een zogenaamde pinger geluid gemaakt, om de dieren uit de directe omgeving te verjagen. Op grotere afstand zullen bruinvissen sterk ontwijkgedrag vertonen.

Download het volledige eindrapport van het onderzoek tijdens heien voor meer informatie.

Eneco afbeelding - Heien monopaal
Het heien van een monopaal vanaf een hefeiland tijdens de bouw van Prinses Amaliawindpark
Eneco afbeelding - Geluidsmetingen vanaf De Pollux
Geluidsmetingen werden verricht vanaf het onderzoeksschip de Pollux.

Bekijk hier het filmpje van de geluidsmetingen die zijn verricht tijdens het heien van de monopalen.:

Onderwatergeluid van het windpark in werking

In 2013 heeft TNO ook onderzoek gedaan naar het onderwatergeluid van het windpark in werking. In tegenstelling tot het onderzoek bij heien gaat het hier om heel zachte geluiden ten opzichte van de omgevingsgeluiden. Bij meerdere windcondities werden de geluidsniveaus tegelijkertijd op twee posities gemeten. Eén meetinstrument lag op een afstand van honderd meter van een windturbine, het andere meetinstrument lag op 3,8 km afstand. De meetperiode duurde elf dagen. Het geluid van het operationele windpark blijkt niet significant bij te dragen aan het achtergrondgeluid dat wordt veroorzaakt door schepen en wind. Op de positie nabij de windturbine is het geluid van die windturbine weliswaar gemeten, maar de sterkte van dit geluid is klein ten opzichte van het achtergrondgeluid. Op de verre meetpositie was het geluid van het windpark niet meer meetbaar. Het is waarschijnlijk dat zeehonden de onderwatergeluidsniveaus tot 500 Hz, inclusief het windturbinegeluid , kunnen waarnemen op 100 meter afstand van de windturbine en bruinvissen niet.

Eneco afbeelding - onderwatergeluid markeren meetingstrument     Eneco afbeelding - onderwatergeluid markeringsboei 
Ballonnen markeren de positie van het
meetinstrument nabij de windturbine.
  Het leggen van een markeringsboei op de
verre meetpositie.

Download het volledige eindrapport van het onderzoek naar het geluid van het operationele windpark voor meer informatie.

Onderwaterleven

Bruinvissen

Bruinvissen zijn kleine walvisachtigen die voorkomen in de Nederlandse Noordzee. Ze eten vis en vangen die door middel van echolocatie. Daarbij maken ze een geluid met een heel hoge frequentie (mensen kunnen dat niet horen) en door de weerkaatsing weten ze de vis te vinden. Die geluiden kan je onder water meten met een soort microfoons: CPODs (Continuous POrpoise Detectors). Het offshore windpark Prinses Amalia zou mogelijk een effect kunnen hebben op de verspreiding van bruinvissen door het onderwatergeluid tijdens de bouw, of tijdens het draaien van de molens.

Om dit te kunnen bepalen heeft onderzoeksinstituut Imares gedurende één jaar de bruinvisgeluiden onder water gemeten, binnen en buiten het windpark. Er werd evenveel bruinvisactiviteit gemeten in het windpark als daarbuiten. Dit geeft aan dat er geen effect van het Prinses Amaliawindpark is op het voorkomen van bruinvissen. De gegevens lieten wel een duidelijk patroon door het jaar heen zien. Er was duidelijk meer bruinvisactiviteit in de maanden maart en december en verreweg het minst in april en mei.

Download het volledige eindrapport voor meer informatie.

Eneco afbeeldingen - Bruinvis
Bruinvismonitoring in Prinses Amaliawindpark d.m.v. CPODs, geplaatst en gehaald vanaf het RWS betonningsvaartuig de MS Terschelling.
Eneco afbeeldingen - Bruinvis
Geregistreerde bruinvisactiviteit in het Prinses Amaliawindpark duidt erop dat bruinvissen het gebied niet mijden.

Rondvissen

Met de komst van het Prinses Amaliawindpark is lokaal een nieuwe leefomgeving ontstaan. Voorheen bestond het gebied alleen uit zand en slib, nu staan er harde structuren waar zeeleven op kan groeien en waar vissen kunnen leven. Ook mag in het hele gebied niet meer gevist worden, waardoor mogelijk meer (jonge) vis in het windpark zal leven dan daarbuiten.

Kennisinstituut Imares heeft onderzocht wat het effect is van het windpark op de aantallen, soorten en leeftijd rondvis. Dit hebben ze gedaan door visvangsten van binnen en buiten het windpark met elkaar te vergelijken. Binnen het park hebben ze zelf acht keer vissen gevangen. Buiten het park maakten ze gebruik van internationaal onderzoek dat al jarenlang wordt uitgevoerd.

De vangsten binnen en buiten het windpark verschilden weinig. In totaal werden er 17 soorten vis gevangen in het windpark. Deze soorten kwamen ook allemaal voor in de vangsten buiten het windpark. De rondvissoorten die in het windpark het meest zijn gevangen zijn haring, sprot, wijting en zandspiering. Er was geen duidelijk verschil tussen de haring, sprot en wijting binnen en buiten het windpark. Wel werden er iets meer zandspieringen gevangen in het windpark. Deze vissoort leeft voor een groot deel van zijn leven ingegraven in de bodem. Mogelijk heeft de afwezigheid van bodemvisserij een positief effect gehad op deze soort.

Download het eindrapport voor meer informatie.

Eneco afbeeldingen - Rondvis monitoring
Rondvismonitoring in Prinses Amaliawindpark met het onderzoeksschip R.V. Tridens

Eneco afbeeldingen - Zandspiering
Zandspiering (smelt) is voedsel voor grotere vissen en zeezoogdieren en vormt zo een belangrijk onderdeel van het Noordzee ecosysteem

Platvissen

Het Prinses Amaliawindpark zorgt voor een nieuwe leefomgeving in de zee. Voorheen bestond het gebied alleen uit zand en slib, nu staan er masten waar zeeleven op kan groeien en waar vis kan schuilen. In het gebied mag  niet meer gevist worden. Hierdoor kunnen  bodemdieren groter en ouder worden. Er zouden meer en/of grotere platvissen (demersale vissen) kunnen voorkomen.

Kennisinstituut Imares heeft vijf jaar na de bouw onderzoek uitgevoerd in het windpark. Er werd platvis binnen het windpark gevangen, geanalyseerd en vergeleken met  vangsten van langlopend onderzoek buiten het park.

In totaal werden er 27 soorten vis gevangen in het windpark. Deze soorten kwamen ook allemaal voor in de vangsten buiten het windpark. Van de belangrijkste commerciële soorten (tong, schol, schar, tarbot, bot en griet) en niet commerciële soorten (dwergtong, schurftvis, grotere zandspiering en gestreepte rode mul) werd een uitvoerige analyse gedaan in het laboratorium.

Uit het onderzoek bleek dat de afwezigheid van bodemvisserij mogelijk een positief effect heeft gehad op platvissen. Er werden in het windpark wat meer grotere vissen en wat minder kleinere vissen gevonden dan erbuiten.

Download het eindrapport voor meer informatie.

Eneco afbeeldingen - Jacob Senior SC-35
Platvis onderzoek vanaf het vissersschip de Jacob Senior SC-35 in Prinses Amaliawindpark
Eneco afbeeldingen - Platvis en zeesterren
De vangst bestond vooral uit verschillende soorten platvis en zeesterren

Hardsubstraat

Het Prinses Amaliawindpark zorgt voor een nieuwe leefomgeving in de zee. Voorheen bestond het gebied alleen uit zand en slib; nu bieden de masten een harde ondergrond waar algen en zeediertjes op kunnen groeien. De vraag is welke planten en dieren er op zijn gaan groeien en hoeveel.

Om dit te onderzoeken hebben duikers vier en zes jaar na de bouw vier turbinepalen onderzocht. Dit is gedaan door stukjes begroeiing er af te schrapen en uit te zoeken. Ook werden er onderwatervideobeelden genomen. De gegevens werden door onderzoeksbureau eCoast geanalyseerd in het laboratorium.

Na de bouw van het windpark werden er vooral groene algen, mossels, zeepissebedden, vlokreeftjes, mosdiertjes, anemonen en zeesterren waargenomen. De resultaten van het onderzoek na 4 (2011) en 6 (2013) jaar leken op elkaar qua hoeveelheid (aantallen), biodiversiteit (verschillende soorten) en zonering (hoogte op de mast). De dichtheid en biomassa van de hardsubstraatdiertjes waren in 2013 hoger dan in 2011. De resultaten waren vergelijkbaar met die van het offshore windpark Egmond aan Zee. Zes jaar na de bouw heeft het Prinses Amaliawindpark zich ontwikkeld tot een kunstmatig rif met een volledig nieuw en waardevol flora en fauna gemeenschap.

In het windpark is aan een turbine een schelp van een platte oester gevonden, een soort die in de Nederlandse Noordzee vrijwel uitgestorven is. Ook is een levend exemplaar aangetroffen. Dit toont aan dat offshore windparken mogelijk een rol spelen bij de herintroductie van de platte oester.

Download het eerste jaarrapport en het eindrapport voor meer informatie.

Eneco afbeeldingen - Schraapmonsters
Schraapmonsters van de turbinepaal boven water werden genomen vanaf een rubberboot. De laag groene algen is duidelijk te zien.
Eneco afbeeldingen - Mossels
Professionele duikers namen onderwater ook videomateriaal. Zoals op de foto goed te zien is groeien er veel mossels op de masten in het windpark.

Zachtsubstraat

De plaatsing van het Prinses Amaliawindpark en heeft mogelijk een effect gehad op het aantal en soortensamenstelling van diertjes op de lokale zeebodem. Op veel gebieden in de Noordzee wordt gevist met boomkorren, waarbij kettingen over de bodem worden getrokken. Op de plaats waar het PAWP staat mag niet meer worden gevist: daar wordt de bodem dus met rust gelaten. Hierdoor kan het bodemleven (benthos) er binnen het park anders uitzien dan daarbuiten. Om dit te onderzoeken zijn er door onderzoeksbureau eCoast op die plek vóór (baseline) en na de bouw van het windpark bodemmonsters genomen voor analyse van de bodemdiertjes in het lab. Ook is van een vergelijkbaar gebied buiten het park het bodemleven onderzocht. Er is gekeken of er na een paar jaar verschil te zien was in aantallen, gewicht en soorten van het bodemleven binnen en buiten het park en of er verschil was te zien in het bodemleven voor en na de bouw. Dit bleek niet zo te zijn. De verwachting is dat op langere termijn pas verschillen te meten zullen zijn. Bijvoorbeeld dat langlevende schelpdiersoorten na een langere periode zonder verstoring, veel groter groeien in het windpark.

Download het baselinerapport, het rapport van het eerste onderzoek en het eindrapport voor meer informatie.

Eneco afbeeldingen - Bodemschaaf
Benthos monitoring in Prinses Amaliawindpark met een bodemschaaf op het omgebouwde vissersschip de BRA7
Eneco afbeeldingen - Schaafmonsters
De schaafmonsters uit het windpark bevatten een verscheidenheid aan bodemfauna en lege schelpjes

Scheepvaart

Scheepvaartbewegingen

In en nabij het windpark is allerlei scheepvaartverkeer, denk aan regulier onderhoud van de windturbines of vrachtschepen die het windpark passeren. Voordat het windpark werd gebouwd is met modelberekeningen de kans bepaald op een aanvaring van een schip met een windturbine en wat daarvan de milieueffecten zullen zijn.

Als onderbouwing van deze modelberekeningen heeft MARIN (Maritime Research INstitute) de scheepsbewegingen in en nabij het windpark in de jaren 2009, 2010 en 2011 onderzocht. Gegevens van verschillende walradarstations en automatische identificatiesignalen (AIS) van grotere schepen werden hiervoor gebruikt. Uit de resultaten blijkt dat de veiligheidszone van 500 meter rondom het windpark goed gerespecteerd wordt.

Download het volledige eindrapport voor meer informatie. 

Eneco afbeelding - Routes onderhoudsschepen

Waargenomen routes van onderhoudsschepen
met Automatic Identification System (AIS)

 

 Eneco afbeelding - Walradar

Alle met walradar waargenomen schepen in
2009, 2010 en 2011.

Scheeps- en walradar

Windturbines op zee geven door hun grootte en hoogte reflecties op radarbeelden. Dit kan de scheeps- en walradarsystemen verstoren, bijvoorbeeld door het optreden van valse echo’s, schaduweffecten, blinde sectoren of andere fenomenen en die mogelijk een gevaar vormen voor de scheepvaart.

In 2010 onderzocht Radio Holland, met ondersteuning van Haven Amsterdam en de verkeersdienst van IJmuiden, de radarwerking met behulp van een meetschip met radarapparatuur en een doelschip. Het doelschip voer langs vooraf bepaalde patronen door en langs Prinses Amaliawindpark (PAWP) en het nabijgelegen Offshore Windpark Egmond aan Zee (OWEZ). Op het meetschip en het walradarstation te IJmuiden werden radarbeelden opgenomen en achteraf geanalyseerd. Het resultaat is dat PAWP en OWEZ geen nadelige effecten hebben op het waarnemen van schepen in de nabije omgeving.

Download het volledige eindrapport en de bijlage voor meer informatie. 

Eneco afbeelding - De Viligrant

Op het schip Vigilant werden de radarbeelden opgenomen.

 

Eneco afbeelding - Radarbeelden

Radarbeeld van Prinses Amaliawindpark en Offshore Windpark Egmond aan Zee. 

Zichtbaarheid

Prinses Amaliawindpark ligt circa 23 kilometer vanaf de kust bij IJmuiden. Bij mooi weer is het mogelijk om het windpark met het blote oog vanaf de kust te zien. Bij minder goede weerscondities is het windpark al snel niet meer zichtbaar.

Om vast te stellen hoe vaak Prinses Amaliawindpark zichtbaar is vanaf de kust keken enkele getrainde waarnemers gedurende een jaar steeds vanaf precies dezelfde plek en volgens een vast protocol of het windpark zichtbaar was of niet. Ze deden dat zowel met het blote oog als met de verrekijker, en zowel bij dag als bij nacht. Ook werden foto’s gemaakt. Bij de opzet van dit onderzoek werd ervoor gezorgd dat de zichtmetingen bij alle mogelijke zichtomstandigheden gedaan werden. Gevonden werd dat het windpark in ongeveer 33% van de tijd zichtbaar is met het blote oog en 37% met de verrekijker.

Download het volledige eindrapport voor meer informatie.

Eneco afbeelding - Jachthaven IJmuiden

Vanaf deze plek bij de jachthaven bij IJmuiden
keken waarnemers of het windpark zichtbaar was.

  

 Eneco afbeelding - Jachthaven IJmuiden 07102012

Op 7 oktober 2012 was het windpark goed zichtbaar met
donkere windturbines tegen een lichte achtergrond

Vogels

Vogeltellingen

Zeevogels leven het grootste deel van hun leven op zee. Ze eten en rusten er, alleen broeden doen ze aan land. Offshore windparken in de Noordzee kunnen effect hebben op zeevogels. De grote en snel bewegende rotorbladen zouden vogels kunnen afschrikken waardoor ze het gebied vermijden. 

Om te bepalen of vogels afgeschrikt worden uit het gebied heeft onderzoeksinstituut Imares voor en na de bouw van het windpark vogeltellingen uitgevoerd. Er werden ook tellingen uitgevoerd in het nabijgelegen Offshore Windpark Egmond aan Zee. Uit het onderzoek blijkt dat de meeste zeevogelsoorten, die normaal in het gebied voorkomen, een reactie vertonen op de windparken. 

Sommige vogelsoorten, zoals de jan van gent en drieteenmeeuw, werden minder geteld na de bouw van de windparken. Aalscholvers worden duidelijk aangetrokken door de windparken. 

Download jaarrapport 1 en het volledige eindrapport voor meer informatie. 

Eneco afbeeldingen - Ganzen
Ganzen nabij het Prinses Amaliawindpark op een mistige dag
   
Aalscholvers rusten en drogen zichzelf op het bordes van een windturbine in Prinses Amaliawindpark

Deze pagina
 

Milieumonitoring

Venster sluiten