Geschiedenis

Contact

Prinses Amaliawindpark
Vlissingenstraat  43
1976 EV  IJmuiden
info@prinsesamaliawindpark.com

In 1998 wordt door een aantal partijen, waaronder E-connection, Vestas, Mammoet van Oord, Smulders en Fabricom, gestart met de ontwikkeling van het Prinses Amaliawindpark.

Voor de oprichting, exploitatie en verwijdering van het Offshore Prinses Amaliawindpark zijn diverse vergunningen nodig. Deze procedure is vaak tijdrovend, maar erg belangrijk omdat de vergunningen voorzien in een veilig, effectief en efficiënt en vanuit natuur en milieu gezien verantwoord gebruik van de zee. Projectontwikkelaar E-Connection vraagt de vergunning voor de bouw en exploitatie van dit windpark in december 1999 aan. De procedure voor de Milieu Effecten Rapportage (MER) start enkele maanden later, in mei 2000. In dit rapport zijn de te verwachten effecten van het windpark op het milieu beschreven. Het rapport wordt eind augustus 2001 aanvaard door de Ministeries van Verkeer en Waterstaat en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

Vervolgens wordt de vergunning op 18 februari 2002 verleend. De vergunningen voor de aanleg en het in stand houden van de offshore kabels, de landkabels en voor de doorboring door de duinen zijn in het voorjaar van 2002 verkregen. In oktober 2004 heeft Econcern samen met Energy Investments Holding (EIH) een overeenkomst gesloten om alle vergunningen en rechten over te nemen voor de bouw en exploitatie van het windpark van E-Connection. Econcern en EIH richten daartoe een holding op, genaamd Q7 Holding B.V. Vrij snel hierna volgen gesprekken met Eneco, voor de deelname aan het project.

In maart 2005 tekenen Eneco en Q7 Holding vervolgens een intentieovereenkomst voor de bouw en exploitatie van het park, waarmee de voorbereidingen voor de bouw daadwerkelijk gestart konden worden. Als eerste is de onshore 150 kV kabelverbinding vanaf de duinen naar het onderstation te Velsen aangelegd, gezamenlijk met de landkabel van het OWEZ windpark. Hiermee werd bereikt dat de grond maar één keer open gegraven hoefde te worden.

Op 10 juli 2006 wordt het project door E-Connection overgedragen aan Q7 Holding. Op 11 juli tekenen de investeerders - Eneco en Q7 Holding - en de banken - Rabobank en Dexia - een termsheet voor de non resource project financiering, waarna Eneco op 26 juli ook formeel 50% eigenaar wordt van het park. Op 25 oktober volgen, na een intensief due diligence proces door de banken, de definitieve financieringsovereenkomsten, de Financial Close.

Op 10 oktober 2006 is de eerste fundering op zee geplaatst. Begin 2008 levert het park zijn eerste groene stroom. Op 1 juli 2008 is het park operationeel geworden.

Financiering

Op 25 oktober 2006 werd financial close bereikt. Prinses Amaliawindpark is het eerste offshore windpark op basis van non resource projectfinanciering. Dit houdt in dat de betrokken banken, Dexia, Rabobank en BNP Paribas, erop vertrouwen dat met de inkomsten uit het windpark de rente- en afbetalingen volledig gedekt kunnen worden, zonder dat de aandeelhouders aanvullende garanties hoeven te geven. Dit is een belangrijke mijlpaal in de wereldwijde ontwikkeling van offshore windparken.

Eneco is op 1 oktober 2011 100% eigenaar geworden.

Deze pagina
 

Geschiedenis

Venster sluiten