Broedeiland Pier van Oterdum

Het broedeiland, met een totale oppervlakte van maar liefst 3300 m2, is primair aangelegd voor de visdief en de Noordse stern. Maar kokmeeuwen, bontbekplevieren, scholeksters en zilvermeeuwen hebben dit broedseizoen het eiland ook omarmt. De Noordse stern heeft zich nog niet laten zien maar ontdekt het eiland mogelijk in 2015.

Speciale inrichting

Het eiland is op een specifieke manier ingericht. Zo is het eiland bijvoorbeeld zo hoog aangelegd dat er tijdens het broedseizoen geen overstromingen plaatsvinden. Over het gehele eiland liggen flauwe bulten grind die afgedekt zijn met schelpen. En om kuikens bescherming te geven tegen weersinvloeden en rovende meeuwen zijn stukken gresbuis verspreid neergelegd op het eiland. Ook zijn maatregelen getroffen om te voorkomen dat eierdieven zoals de vos en bruine rat op het eiland kunnen komen. Zo is er een elektrisch raster geplaatst rond het eiland en wordt het eiland omgeven door een brede gracht. Deze gracht verhoogd ook de aantrekkingskracht voor sterns.

Eerste jongen

Het broedeiland was in maart, dus ruim voor het broedseizoen van de sterns, klaar. De eerste broedvogels op het eiland, een kievit en bontbekplevier, waren er al in april. Deze werden snel gevolgd door scholeksters en kokmeeuwen. Begin juni zaten er al veel jonge kokmeeuwkuikens in de nesten en op 10 juni waren de eerste visdiefkuikens geboren. In het havengebied van Delfzijl zijn veel visdieflegsels opgegeten door bruine ratten. De gedupeerde visdieven kozen er voor een deel voor om opnieuw te broeden op het broedeiland. Hierdoor kwam het aantal broedgevallen van de visdief op 50 stuks en zitten er nu, nog piepkleine kuikens in nesten op het eiland. Van de werkzaamheden die momenteel plaatsvinden elders op de Pier hebben de vogels geen last.

Succesvol broedseizoen

Er hebben naast de 50 paar visdieven, 55 paar kokmeeuwen, 2 paar bontbekplevieren, 2 paar scholeksters en 1 paar zilvermeeuwen gebroed. Met als resultaat de geboorte van circa 50 visdieven, 50-60 kokmeeuwen, 2 scholeksters, 1 kievit, 2 bontbekplevieren en een zilvermeeuw. Het nieuwe broedeiland waar vogels kunnen broeden en hun jongen groot kunnen brengen is een succes te noemen.

Achtergrond

sternIn vroeger jaren, toen de oude westelijke havenmonding nog in gebruik was, vormde de Schermdijk een langgerekt eiland. In die periode heeft een sternkolonie van noordse sterns en visdiefjes zich daar gevestigd, gevrijwaard van landpredatoren (vooral ratten en huiskatten) en verstoring door mensen. De kolonie heeft in deze periode een maximale omvang van ca 900 broedparen bereikt. Nadat de westelijke havenmonding in de zeventiger jaren is afgesloten werd de Schermdijk toegankelijk voor landpredatoren en werd de dijk betreden door wandelaars en fietsers. Tevens bleek dat in geval van hoog water het voorkwam dat nesten wegspoelden. In die periode heeft de kolonie zich aanvankelijk verplaatst naar het terrein van Wagenborg, maar is vervolgens teruggekeerd naar de Schermdijk nadat de Wagenborg-locatie ongeschikt werd door bebouwing en ander gebruik. Hieruit bleek dat de Schermdijk in de huidige situatie zeker niet de voorkeurslocatie voor de sterns is, maar de best beschikbare (of minst ongeschikte) broedlocatie is.

In 2010 is door Millenergy VOF, in samenwerking met Groningen Seaports en Avifauna Groningen, een proef gedaan met een broedvogeleiland in het Zeehavenkanaal. Belangrijkste doel van deze proef was om te onderzoeken of het mogelijk was de sterns van de Schermdijk weg te lokken door het aanbieden van een aantrekkelijke, alternatieve broedlocatie. Buro Bakker heeft vervolgens in opdracht van Millenergy een monitoring uitgevoerd naar het gebruik van het vogeleiland, en tevens onderzocht of er nog sterns broedden op deSchermdijk. Geconcludeerd werd dat de kolonie visdieven zich had verplaatst naar het broedeiland. De noordse sterns hebben daar echter niet gebroed, maar op een enkel broedpaar na ook niet meer op de Schermdijk. Blijkbaar hadden deze vogels de Schermdijk als ongeschikt beoordeeld en konden ze ook niet meer op het (relatief kleine) broedponton terecht.

Waarschijnlijk, zo werd geconcludeerd, zou een grotere faciliteit aan zowel de noordse stern als aan visdieven voldoende broedgelegenheid kunnen bieden. In de jaren 2011-2013 is hetzelfde broedponton steeds in gebruik geweest. Het is met name gebruikt door visdieven, die hierdoor succesvol hebben kunnen broeden; de aantallen visdieven op het ponton lag in 2011 op meer dan 350 broedparen; in 2012 was lag dat op ruim 300. Noordse sterns hebben er niet gebroed. Ook werd er in deze jaren steeds opnieuw vastgesteld dat op de Schermdijk visdiefjes en noordse sterns niet succesvol hebben gebroed. Door Avifauna en Vogelbescherming Nederland zijn Eneco en GSP verzocht initiatief te nemen om de broedfaciliteit te vergroten ten opzichte van de huidige omvang van het ponton. Dit om de visdiefjes meer ruimte te bieden en de noordse stern wel een kans te geven.Voor een grotere faciliteit is er echter geen ruimte op de huidige locatie. Daarom is gesuggereerd een locatie te zoeken in het land bij de Pier van Oterdum, de zgn Oterdumer Driehoek. Hier kon een geschikte locatie worden gevonden voor de visdief en de noordse stern, zodanig, dat een beter broedresultaat voor beide soorten kan worden behaald.

Doel van de in te richten faciliteit is het verschaffen van een broedgebied voor visdief en noordse stern voor de duur van de aanwezigheid van het windpark van Eneco in de haven van Delfzijl, waarbij de broedvogelaantallen van deze soorten vergelijkbaar met tot hogerzullen zijn dan de situatie in het havengebied in 2008 (>200 paar visdief en > 50 paar noordse stern, cf Arcadis, 2009). De locatie op de Oterdumer driehoek zal dus in principe voor de duur van het windpark (20 jaar) worden ingericht.

Deze pagina
 

Broedeiland Pier van Oterdum

Venster sluiten